Comité Asbestslachtoffers blij met kamervragen over juridisch doolhof rond de voorschotregeling.

SP kamerlid Paulus Jansen heeft aan de ministers van Infrastructuur en Milieu, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Veiligheid en Justitie schriftelijk vragen gesteld over de het doolhof van juridische procedures waar asbestslachtoffers mee geconfronteerd kunnen worden.

Het begrip juridische lijdensweg is voor asbestslachtoffers geen onbekende. Het Comité Asbestslachtoffers komt al sinds 1995 op voor de belangen van alle asbestslachtoffers en het voorkomen van een juridische lijdensweg is daarbij altijd de belangrijkste doelstelling geweest. De recente uitbreiding van de voorschotregeling voor asbestslachtoffers waarbij nu iedereen waarbij de ziekte mesothelioom is geconstateerd recht heeft op deze voorschotregeling is daarvan één van de successen die het Comité heeft weten te behalen.

Bij de uitwerking van deze uitgebreide voorschotregeling duiken echter weer nieuwe - juridische - complicaties op. Om alle asbestslachtoffers toegang te geven tot de voorschotregeling voor asbestslachtoffers is de bestaande TAS regeling (Tegemoetkomingsregeling Asbestslachtoffers, ministerie SZW) uitgebreid met de TNS regeling (tegemoetkoming niet loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom, ministerie van Infrastructuur en Milieu). Voor de slachtoffers zou het allemaal heel duidelijk moeten worden. De regeling moet worden aangevraagd bij het Instituut Asbestslachtoffers en de Sociale Verzekeringsbank zorgt voor de uitbetaling. De problemen ontstaan wanneer het Instituut Asbestslachtoffers beslist dat een aanvrager geen recht heeft op de voorschotregeling en de aanvrager hiertegen bezwaar wil maken.

Wanneer de TAS regeling wordt afgewezen kan het slachtoffer bezwaar aantekenen bij de SVB. Wanneer dit bezwaar ongegrond wordt verklaard kan het slachtoffer vervolgens in beroep gaan bij de sector bestuursrecht van de Rechtbank en daarna is hoger beroep mogelijk bij de Centrale Raad van Beroep.
Wanneer de TNS regeling wordt afgewezen kan het slachtoffer uiteraard ook bezwaar aantekenen bij de SVB. Wanneer dit bezwaar ongegrond wordt verklaard is de afdeling Bestuursrecht van de Raad van State de volgende en tevens laatste stap.
Het asbestslachtoffer vraagt één regeling aan en bij bezwaar moet hij vervolgens twee verschillende rechtsgangen doorlopen (met daarbij behorende financiële gevolgen).

Het Comité Asbestslachtoffers wil naar aanleiding van de nu gestelde kamervragen de betrokken ministeries oproepen om niet alleen een einde te maken aan deze vreemde juridische constructie maar om ook serieus te kijken naar de echte reden waarom regelmatig bezwaar wordt gemaakt tegen een afwijzing van de aanvraag door de SVB.
Asbestslachtoffers die recht hebben op deze voorschotregeling lijden aan de ongeneselijke ziekte mesothelioom. Mensen waarbij deze ziekte wordt geconstateerd hebben over het algemeen niet lang meer te leven. Hoofdoorzaak van de afwijzing van de aanvraag voor de voorschotregeling is dat het slachtoffer op het moment van aanvraag van de regeling niet meer in leven was.
Naast een oplossing voor het juridische doolhof kan alleen een verruiming van de regeling een einde maken aan dit onmenselijke probleem.

Het Comité Asbestslachtoffers pleit dan ook voor een verruiming van de voorschotregeling.  Wanneer nabestaanden tot 6 maanden na het overlijden van het asbestslachtoffer de voorschotregeling kunnen aanvragen zal de belangrijkste oorzaak van de vele bezwaarprocedures worden weggenomen.

Vragen van het lid Jansen (SP) aan de ministers van Infrastructuur en Milieu, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Veiligheid en Justitie over de juridische procedure van asbestslachtoffers

1
Hoe vaak wordt een beroep gedaan op de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS-regeling)? Hoe vaak wordt een beroep gedaan op de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van asbest (TNS-regeling)?

2
Is bekend hoe vaak het voorkomt dat asbestslachtoffers tegelijkertijd een beroep doen op zowel de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS-regeling) als de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van asbest (TNS-regeling)?

3
Kent u de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 3 mei 2011? 1) Is volgens u de consequentie van deze uitspraak dat voortaan twee verschillende procedures moeten worden gevolgd voor enerzijds de loondienstgerelateerde asbestslachtoffers en anderzijds de niet-loondienstgerelateerde asbestslachtoffers, omdat men bij de TAS-regeling na de bezwaarfase bij de bestuursrechter terecht komt en men bij de TNS-regeling voor beroep rechtstreeks naar de Raad van State moet? Kunt u uw antwoord en het verschil in deze procedures toelichten?

4
Waarom is het nodig om voor twee identieke regelingen die via de Sociale Verzekeringsbank lopen twee verschillende rechtsgangen te hanteren? Deelt u mijn mening dat het efficiënter en kostenbesparend zou zijn om voor beide regelingen voor een financiële tegemoetkoming voor asbestslachtoffers zoveel mogelijk dezelfde procedure te hanteren? Zo niet, waarom niet?

5
Hoe gaat u voorkomen dat deze verschillen in procedures voor asbestslachtoffers een aanzienlijke verzwaring van de juridische lijdensweg opleveren, nu het voor kan komen dat het slachtoffer bij afwijzing van een gecombineerde aanvraag twee verschillende juridische procedures moet doorlopen, bij twee verschillende rechters, en twee keer griffierecht moet betalen? Welke maatregelen gaat u nemen om tegemoet te komen aan de belangen van asbestslachtoffers en deze procedures te vereenvoudigen? Bent u bereid zo nodig de wet hiertoe te wijzigen?

6
Bent u eveneens bereid om de termijn voor de aanvraag iets te verruimen, mede met het oog op het zeer progressieve ziekteverloop van mesothelioom, zodat nabestaanden meer tijd krijgen voor verwerking en rouw en vervolgens tot enkele maanden na het overlijden van het slachtoffer alsnog een aanvraag in kunnen dienen? Zo niet, waarom niet?

1) www.rechtspraak.nl, LJN: BQ4208, Rechtbank ’s-Hertogenbosch, 3 mei 2011