Wereldwijde steun voor slachtoffers Eternit in Italië.

Voor de Rechtbank in Turijn is 15 maart 2010 de dag waarop het strafproces dat door 6.000 asbestslachtoffers is aangespannen tegen twee directeuren van Eternit, na veel voorbereidende zittingen, van start gaat.

Het International Ban Asbestos Network heeft in samenwerking met de Regio Piëmonte (Italië) op 15 en 16 maart 2010 een asbest-conferentie georganiseerd met de titel: Eternit: a multinational corporation and its directors stand accused; the International Ban Asbestos Network bears witness. Bob Ruers en Tinka de Bruin waren in Turijn aanwezig.

Maandag 15 maart staat vooral in het teken van het proces en op deze dag vooral ook van de vertragingstechniek van de advocaten van de beide Eternit-directeuren. Het proces is voor twee weken stilgelegd omdat de Rechtbank zich moet buigen over de vraag of Turijn wel de plaats is waar dit proces gevoerd moet gaan worden. De keuze is op Turijn gevallen omdat de dorpen waar de fabrieken van Eternit hebben gestaan (waar dus ook de enorme vervuiling heeft plaatsgevonden en waar de slachtoffers wonen) in de regio Turijn vallen. Het hoofdkantoor van Eternit Italië staat echter in Genua en voor de advocaten van Eternit is dit alle reden om een verzoek in te dienen om het proces naar Genua te verhuizen. Zo'n verhuizing zou betekenen dat het proces weer helemaal terug bij af is. Voor Eternit een welkome vertraging; voor de slachtoffers zou dit een regelrechte ramp betekenen. (inmiddels is bekend geworden dat het proces in Turijn blijft).

Omdat er op de 15e dus geen zittingsdag is staat deze dag nu helemaal in het teken van de internationale ontmoeting. De vertegenwoordigers komen bijeen en hebben nu ruim de gelegenheid om de individuele problemen en successen aan hun internationale collega's voor te leggen. Een uitwisseling die broodnodig blijkt. De problemen waar de slachtoffer verenigingen en de advocaten van asbestslachtoffers zich voor gesteld zien zijn nog steeds enorm, tegenwerking in veel landen nog heel sterk en internationale samenwerking is een algemeen gevoelde wens.

In het middagprogramma vertelt Sergio Bonetto over het proces in Turijn. Wat maakt dit proces zo uniek en hoe kunnen we als verschillende organisaties bijdragen. De Italiaanse slachtoffers zijn heel blij met alle internationale aandacht. Het sterkt hen in hun overtuiging dat zij de juiste weg hebben ingeslagen. Het is aan de andere kant ook beangstigend wanneer zij zich realiseren dat alle ogen op Turijn zijn gericht en dat de uitkomst van dit proces niet alleen gevolgen zal hebben voor de Italiaanse eisers maar dat de uitkomst wereldwijd een grote impact zal hebben.

Tijdens het ronde tafelgesprek worden de mogelijkheden en onmogelijkheden van de keuze voor een strafproces zoals dat nu in Turijn gevoerd wordt besproken. In veel landen zijn met succes civiele procedures gevoerd en veel onderliggende stukken in deze procedures kunnen bijdragen aan het succes van dit strafproces. De verschillende bijdragen tonen aan dat de verschillen in de nationale rechtssystemen geen belemmering hoeven te zijn om van elkaar te leren en elkaar te steunen. Als voorbeeld; advocaten uit Zwitserland benoemen de enorme problemen die zij ondervinden met de verjaringstermijn in hun land (10 jaar). Zij overwegen om de Rechter in Straatsburg zijn mening hierover te vragen. Veel landen zullen belang kunnen hebben bij een dergelijke uitspraak.

Vanuit Brazilië klinkt de vraag of de asbestproducenten niet wereldwijd aangepakt kunnen worden in plaats van op nationaal niveau. De asbestproducenten zouden zich schuldig hebben gemaakt aan genocide (grote groepen zijn en worden nog steeds blootgesteld aan de dodelijke asbestvezels) en een internationaal strafhof zou zich moeten buigen over de vraag wie schuldig is aan de dood van zovelen.

Ook wordt de mogelijkheid besproken om, vooral voor de derde wereld landen, te onderzoeken of het mogelijk is om de asbestproducenten niet aan te spreken in het land waar de slachtoffers wonen en waar corruptie nog regeert maar om voor deze slachtoffers te procederen in de -vaak westerse- landen waar de producenten hun hoofdvestiging hebben.

De bijeenkomst op 16 maart vormt het officiële gedeelte van deze tweedaagse conferentie. In het provinciehuis van de regio Piëmonte geven de vertegenwoordigers van de asbestslachtofferverenigingen en advocaten van asbestslachtoffers een beeld van de situatie in hun land.

De Italiaanse vertegenwoordigers schetsen hoe het proces zoals dat nu in Turijn gevoerd wordt tot stand is gekomen. Asbest is in deze regio een enorm probleem. De fabrieken zijn gesloten met achterlating van ongeveer alles wat een asbestcement fabriek maar achter kan laten. En dit afval verricht tot op de dag van vandaag nog steeds zijn verwoestende werk. Er klinkt een oproep om ook op milieuconferenties zoals recent in Kopenhagen, veel meer aandacht te vragen voor de problematiek rond asbest. Het asbestverbod zoals veel landen dat inmiddels kennen biedt de inwoners nog geen bescherming tegen het asbest dat nog steeds massaal aanwezig is. Hoogste prioriteit heeft het streven naar een totaal asbestverbod, gevolgd door een totale sanering. Alleen dan kunnen we toekomstige generaties beschermen tegen de stille moordenaar - asbest.

De vertegenwoordigers uit de Europese landen doen verslag van de manier waarop zij de strijd tegen Eternit zijn aangegaan. Ook in deze aanpak zijn de verschillen groot. Soms spelen vakbonden een grote rol, in andere landen zijn het de slachtoffers zelf die voor hun belangen moeten opkomen. Duidelijk is dat Eternit een machtige tegenstander is die kosten nog moeite spaart om onder zijn aansprakelijkheid uit te komen. Overal in Europa zijn locaties te vinden die vergelijkbaar zijn met de Italiaanse en overal worden procedures gevoerd rond de vragen:

- vanaf wanneer had Eternit van de risico's moeten weten

- waarom heeft Eternit niet gewaarschuwd voor het kankerrisico

- welke rol hebben de overheden hierbij gespeeld (asbestverbod).

De bijdrage van Bob Ruers, namens de Nederlandse slachtoffers, sluit aan bij de vraag wanneer Eternit wist van de risico's en dus had moeten waarschuwen voor het feit dat verwerking van de producten uit de fabriek een risico op kanker met zich meedraagt. Bob legt uit dat in Nederland via verschillende wegen is geprocedeerd tegen Eternit.

Werknemers uit de fabriek die ziek zijn geworden door blootstelling aan asbest in de fabriek vormden de eerste groep van slachtoffers die met succes bij de Nederlandse Rechter hebben aangeklopt voor een schadevergoeding van Eternit.

Vervolgens waren het de huisgenoten die, blootgesteld aan asbest bijvoorbeeld via werkkleding, een schadevergoeding eisten van Eternit.

Een logische volgende groep waren de milieuslachtoffers. Inwoners van de regio Goor die door asbestafval van de Eternit fabriek aan asbestvezels waren blootgesteld.

Tot slot voegden de consumenten zich bij de partijen die een schadevergoeding eisen van Eternit. Slachtoffers die ziek zijn geworden door blootstelling aan asbest afkomstig van producten die door Eternit zijn geproduceerd en die zij als consument hebben gerbuikt.

Inmiddels is voor alle vier de groepen enorme vooruitgang geboekt bij het aansprakelijk stellen van Eternit. Er is veel kennis verzameld over de handel en wandel van Eternit in Nederland en de Nederlandse Rechters hebben op basis van deze kennis hun uitspraken gedaan. Bob Ruers heeft een zeer recent vonnis van een Nederlandse Rechter vertaald voor de aanwezigen. Vooral van belang in dit vonnis is dat de Rechter bewezen acht dat Eternit al halverwege de jaren 50 wist van het risico van het verwerken van asbesthoudende producten. Een uitspraak waar heel veel collega's in de toekomst gebruik van kunnen maken.

Het middagprogramma geeft een heel ander beeld van de stand van zaken rond asbest. Staat de strijd in de Europese landen vooral in het teken van wie de langste adem heeft, in Zuid-Amerika en Azië is het nog steeds de strijd van de rechtelozen tegen de heersende machten. Een asbestverbod lijkt in deze landen nog heel ver weg en asbestslachtoffers krijgen geen enkele vorm van erkenning. Overheden propageren nog steeds het "gecontroleerde" gebruik van asbest, terwijl iedereen weet dat dit soort methoden niet bestaan en dat de manier waarop er in deze landen met asbest wordt gewerkt onder geen enkele noemer van "controle" te vangen is.

Deze landen hebben nog een lange weg te gaan ten koste van heel veel mensenlevens. Solidariteit met de slachtoffers vanuit de westerse wereld zal bij lange na niet voldoende zijn om verbetering in de situatie te krijgen. Landen met een asbestverbod staan immers nog steeds toe dat op de stranden van Bangladesh schepen worden gesloopt (niet alleen een probleem met asbest) en dat multinationals als Eternit nog steeds asbest verwerken in landen waar dat niet verboden is.

Al de bijdragen van deze dag tonen aan dat Eternit - als één van de grootste asbestverwerkende bedrijven - het product asbest groot heeft gemaakt en enorme winsten heeft gemaakt ten koste van heel veel mensenlevens. Het bedrijf wist van de risico's die verbonden zijn aan het verwerken van asbest en het bewerken van asbesthoudende producten. Het bedrijf heeft over de hele wereld een spoor van slachtoffers achtergelaten en maakt tot op de dag van vandaag nog steeds nieuwe slachtoffers.

Hier in Turijn staan nu slecht twee directeuren van Eternit terecht in een strafproces. Dit zou het begin moeten zijn van een wereldomvattend proces waarin alle asbestproducenten zich moeten verantwoorden voor hun keuzes.

Alleen een sterke en goed georganiseerde internationale slachtoffervertegenwoordiging zal op termijn deze strijd met de machtige industrie kunnen aangaan en kunnen winnen.

Deze twee dagen is een eerste belangrijke stap gezet op deze weg. Deze bijeenkomst in Turijn is in drie punten kort samen te vatten:

een wereldwijd verbod op de winning, verwerking en handel in asbest nu.

internationale samenwerking en een accurate uitwisseling van alle verzamelde kennis is onontbeerlijk en moet in het belang van alle asbestslachtoffers snel gerealiseerd gaan worden.

Dit proces in Turijn moet gewonnen worden.

Tinka de Bruin